Fondsen voor koren en amateurkunst: waar haal je geld vandaan

Welke fondsen een koor, harmonie of toneelgroep kan aanschrijven en wat ze bijdragen: het Cultuurfonds, het VSBfonds, je gemeente en wat je overslaat.

Profielfoto van Henrico, eigenaar van Tickable Henrico Pops
Fondsen voor koren en amateurkunst: waar haal je geld vandaan

Een koor dat een jubileumconcert wil geven, een harmonie die toe is aan nieuwe uniformen, een toneelgroep die een grotere zaal wil huren: vroeg of laat komt de vraag welk fonds wil meebetalen. De lijst met fondsen is lang, maar de lijst met fondsen waar een amateurgezelschap echt terechtkan is kort. Dit artikel zet die korte lijst op een rij, met wat elk fonds bijdraagt, en noemt de regelingen die je kunt overslaan.

Eerst de verhoudingen

Voor de meeste verenigingen is een fonds een aanvulling en geen fundament. Volgens de VerenigingsMonitor 2024 van het LKCA halen amateurkunstverenigingen gemiddeld 54% van hun inkomsten uit contributie en 16% uit optredens, voorstellingen en exposities. Overheidssubsidie is samen ongeveer 11%, fondsen 3%.

Daar volgt iets praktisch uit. Fondsen betalen zelden je vaste lasten, zoals de dirigent, de repetitieruimte of de verzekering. Ze betalen mee aan iets met een begin en een eind: een project, een productie, een aankoop. Denk dus in projecten zodra je een aanvraag overweegt.

Het Cultuurfonds: begin bij je provincie

Het Cultuurfonds, voorheen het Prins Bernhard Cultuurfonds, is voor amateurgezelschappen de eerste plek om te kijken. Ga daarbij naar de afdeling van je eigen provincie: elk van de twaalf provinciale afdelingen heeft een eigen budget en eigen aanvraagmomenten, en sommige werken met een vooraanmelding op vaste data.

Voor verenigingen zijn drie routes relevant:

  • Projecten in je provincie. Het fonds draagt maximaal 25% van de projectkosten bij, tot €10.000. Projecten met een landelijk karakter kunnen tot 50% krijgen. De rest van je begroting moet dus uit andere bronnen komen, en je recettes tellen daarin mee.
  • Publieksprojecten tot €1.500. Een kortere route voor verenigingen die op vrijwilligers draaien, voor kleinere activiteiten met publiek. Het fonds betaalt maximaal de helft van de kosten. Je kunt deze bijdrage eens per drie jaar krijgen en dient minstens zes weken voor de start in.
  • Aankopen. Voor concertkleding draagt het fonds maximaal 50% bij, tot €3.000 per drie jaar. Voor instrumenten is dat 50% tot €5.000 per drie jaar. Hier is de volgorde omgekeerd: het gaat om aankopen die je in de afgelopen drie maanden hebt gedaan. Je koopt dus eerst en vraagt daarna aan, en binnen vier weken hoor je of je het krijgt.

Sinds 2025 kunnen ook individuele makers bij het Cultuurfonds aanvragen, zoals een dirigent of componist met een eigen project.

VSBfonds Amateurkunstimpuls: klein en snel

Het VSBfonds heeft met de Amateurkunstimpuls een regeling die past bij de schaal van de meeste verenigingen. Je vraagt maximaal €2.000 aan, eens per kalenderjaar, zonder projectplan en zonder evaluatie achteraf. Binnen vier weken weet je of je het krijgt.

De voorwaarden:

  • je bent een vereniging of stichting met een bestuur van minstens drie mensen en een zakelijke bankrekening
  • je project eindigt in een presentatie voor publiek
  • het brengt mensen met verschillende achtergronden samen, of het trekt nieuwe leden

Je kunt de impuls drie jaar achter elkaar krijgen, daarna volgt een pauze van drie jaar. Het fonds noemt op verschillende plekken verschillende termijnen, dus dien voor de zekerheid twee maanden voor de start van je project in.

De gemeente: de grootste geldgever

Het meeste overheidsgeld voor cultuur komt niet van het Rijk maar van gemeenten. Volgens het CBS gaven alle gemeenten samen in 2023 €2,27 miljard uit aan cultuur, ongeveer 60% van wat de overheid in totaal aan cultuur uitgeeft. In het cultuurbestel is lokale amateurkunst vooral een zaak van de gemeente.

Zo vind je wat er in jouw gemeente is:

  • zoek op "subsidie amateurkunst" of "cultuursubsidie" met de naam van je gemeente erbij
  • vraag of je gemeente een cultuurcoach of cultuurmakelaar heeft; die weet welke regelingen er zijn en wanneer ze opengaan
  • neem contact op met de steuninstelling voor amateurkunst in je provincie, zoals Cultuur Oost in Gelderland en Overijssel, Kunstloc Brabant of het Huis voor de Kunsten Limburg

Gemeentelijke regelingen hebben vaak een vaste deadline, soms maanden voordat het begrotingsjaar begint. Wie het voorjaarsconcert van volgend jaar wil laten meebetalen, moet dit najaar al aanvragen. Reken er ook op dat gemeentebegrotingen krap zijn, en dat cultuur dan een van de posten is die onder druk staan.

Kleinere fondsen vinden

Naast de landelijke namen bestaan er honderden kleinere fondsen: dorps- en streekfondsen, familiefondsen, fondsen van banken en woningcorporaties. Ze zijn lastig te vinden omdat ze nauwelijks adverteren. Twee hulpmiddelen:

  • de Culturele Financieringswijzer van Cultuur+Ondernemen, gratis, met de mogelijkheid van een oriënterend gesprek
  • Fondswervingonline.nl, een betaalde database met meer dan 4.000 regelingen

Organiseer je iets met en voor ouderen, kijk dan ook naar het Lang Leve Kunst Fonds. Dat wordt beheerd door Fonds Sluyterman van Loo en ondersteunt kunstbeoefening door ouderen.

Wat je kunt overslaan

Een paar regelingen duiken in overzichten steeds op, maar zijn niet bedoeld voor een vereniging. Dat vooraf weten scheelt je een middag lezen:

  • Fonds voor Cultuurparticipatie, amateurkunst 2026-2028. Deze regeling is voor landelijke koepels, provinciale steuninstellingen en culturele instellingen. Een koor of toneelvereniging kan hier niet zelf aanvragen, en het fonds heeft op dit moment geen regeling waar dat wel kan. Een culturele instelling kan wel een project indienen samen met een amateurgroep.
  • Fonds Podiumkunsten. De productiesubsidie en de andere regelingen zijn voor professionele makers. Amateuraanbod is uitdrukkelijk uitgesloten.
  • Kickstart Cultuurfonds. Dat was een noodfonds tijdens corona en is eind 2022 gesloten.

Wat een fonds van je wil zien

Een fonds leest je aanvraag met één vraag in het achterhoofd: gaat dit door, ook als wij niet alles betalen? Een begroting waarin je eigen inkomsten zichtbaar zijn, beantwoordt die vraag. Kaartverkoop is daarbij het sterkste bewijs. Een onderbouwde schatting (zaalcapaciteit maal verwachte bezetting maal ticketprijs) laat zien dat je publiek verwacht en dat je zelf een deel van het risico draagt. Een project dat voor 90% op fondsen leunt, overtuigt zelden.

Hoe je zo'n begroting en dekkingsplan opbouwt, staat in een fondsaanvraag schrijven voor je evenement. Na afloop wil het fonds weten hoeveel kaarten je werkelijk hebt verkocht. Verkoop je alles via één ticketshop voor je koor, dan staan die cijfers per concert en per tickettype in één overzicht.

Veelgestelde vragen

Kan een koor subsidie krijgen van het Rijk?

Niet rechtstreeks. De landelijke regeling voor amateurkunst loopt via koepels en steuninstellingen. Voor een koor zijn de gemeente, de provinciale afdeling van het Cultuurfonds en het VSBfonds de logische adressen.

Hoeveel geeft het Cultuurfonds aan een amateurgezelschap?

Voor een project in je provincie maximaal 25% van de kosten, tot €10.000. Voor concertkleding en instrumenten maximaal de helft, tot €3.000 en €5.000 per drie jaar.

Hoe snel hoor ik of mijn aanvraag is toegekend?

Bij de korte routes, zoals de Amateurkunstimpuls van het VSBfonds en aankopen bij het Cultuurfonds, binnen ongeveer vier weken. Grotere projectaanvragen duren langer, dus dien ruim voor je startdatum in.

Tellen kaartverkopen mee in mijn begroting?

Ja, en fondsen willen ze zien. Reken met een voorzichtige bezetting en verantwoord achteraf wat je werkelijk hebt verkocht.


Bedragen en voorwaarden gecontroleerd in september 2026. Fondsen passen hun regelingen regelmatig aan, dus kijk voordat je aanvraagt altijd op de site van het fonds zelf.

Bronnen: Cultuurfonds, aanvragen · Cultuurfonds, aankopen · Cultuurfonds, publieksprojecten · VSBfonds, Amateurkunstimpuls · Fonds voor Cultuurparticipatie, amateurkunst 2026-2028 · Fonds Podiumkunsten, productiesubsidie · Cultuur+Ondernemen, Culturele Financieringswijzer

Profielfoto van Henrico Pops, oprichter van Tickable

Over de auteur

Henrico Pops

Oprichter van Tickable

Henrico bouwde Tickable nadat hij zelf tegen de servicekosten van bestaande ticketplatformen aanliep bij het organiseren van een studentengala en een pianoconcert. Sinds 2022 helpt hij organisatoren in Nederland en België hun kaartverkoop zelf te regelen, van dorpsfeest tot museum.

Lees waarom Tickable bestaat

Ervaar de voordelen van een ticketingplatform

Volg 540+ evenementorganisatoren die Tickable gebruiken voor hun ticketverkoop en bezoekersbeheer.

Aan de slag